Staatssecretaris Agnes van
Ardenne:
‘Kyoto moet WWF4
overbodig maken’
Speciaal voor
de DO Koerier interviewde Marjolijn Uitzinger staatssecretaris Agnes van
Ardenne, van Ontwikkelingssamenwerking tijdens de aanloop naar WWF3:
‘Kyoto
is in mijn ogen mislukt, als we aan het eind van de conferentie tot de
conclusie komen dat er nog een vergadering nodig is om afspraken te maken. Er
zullen concrete uitwerkingen op tafel moeten komen. Er zal een actieplan moeten
liggen. Kyoto zou eigenlijk een Wereld Water Forum 4 overbodig moeten maken. Ik
heb liever regionale bijeenkomsten waarin je nog eens heel specifiek inzoomt op
de problemen van bijvoorbeeld Afrika met waterbeheer, ecosystemen,
voedselproduktie, klimaatverandering en dergelijke dan opnieuw een wereldwijde
vergadering. Verder moet in Kyoto worden overeengekomen dat er meer financiële
middelen op tafel moeten komen. En ten derde moet duidelijk worden afgesproken
dat er partnerships gevormd moeten worden, waarin overheden, maatschappelijke
organisaties en het bedrijfsleven een prominente rol spelen, zowel financieel
als qua inzet. In die partnerships dient de betrokkenheid van vrouwen, ook van
de vrouwen ter plaatse, een duidelijke plek te krijgen. Dat moet in de
eindverklaring staan.’
Staatssecretaris
Agnes van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) zal de regeringsdelegatie leiden
die van 16 tot en met 23 maart in Kyoto het Wereld Water Forum 3 zal bijwonen.
Haar collega Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat) maakt ook deel uit van
die delegatie. En uiteraard zal ‘waterambassadeur’ kroonprins Willem Alexander
aanwezig zijn. Zijn belang moet bepaald niet worden onderschat, zegt Van
Ardenne. ‘Hij wordt inmiddels wereldwijd erkend vanwege zijn know-how op het
gebied van water en dat helpt ons enorm om ons te profileren op dit punt. Het is
bekend dat Nederland veel kennis en ervaring heeft als het om waterproblematiek
gaat. Daardoor hebben we ook een voorsprong en kunnen we anderen aanspreken,
bijvoorbeeld Afrikaanse leiders, om er bij hen op aan te dringen dat goed
bestuur en water en gender centraal moeten staan in hun beleid.’
Stoppen
met praten
De
Duurzaamheidstop in Johannesburg vorig jaar heeft grote winst voor Kyoto
opgeleverd, aldus de staatssecretaris. Daar is water namelijk als de meest
elementaire sector aangemerkt voor duurzaamheid/armoedebestrijding. ‘De vijf
belangrijkste thema’s waar de aandacht zich de komende jaren op zal richten
zijn water, energie, gezondheidszorg, landbouw en biodiversiteit. Water staat
voorop, omdat water onmisbaar is bij het uitwerken van die andere thema’s.
Drinkwater alleen is niet genoeg, het gaat om geïntegreerd waterbeheer,
inclusief behoud van ecosystemen, voedselproduktie, klimaatbeheer. Daarover
zijn duidelijke afspraken gemaakt. We moeten nu stoppen met praten. Elke
lidstaat van de EU en VN moet nu een actieplan opstellen en beschrijven wat ze
precies gaan doen de komende jaren. In Kyoto gaat het dus niet meer om visies,
maar om uitwerking, om concrete daadkracht. Vandaar ook de titel van ons
actieprogramma: Duurzame daadkracht.’
De
vraag is natuurlijk altijd, hoe voorkomen kan worden dat de afspraken toch niet
of met zeer grote vertraging in praktijk worden gebracht. Staatssecretaris Van
Ardenne verwacht op dit punt veel van partnerships van bedrijfsleven, overheid
en maatschappelijke organisaties. ‘De analyses zijn gemaakt. We gaan nu kijken
waar we allianties kunnen vormen om in de praktijk aan de slag te gaan.Wat gaan
we doen aan water in Afrika, aan sanitaire voorzieningen, hoe zetten we dat met
elkaar op, wie betrekken we erbij en hoeveel geld is ervoor nodig. Heel
concreet. We gaan nu echt vooruit, een weg terug is niet meer mogelijk.’
Financiële
middelen
In
Kyoto zullen ook goede afspraken gemaakt moeten worden over de financiering van
waterprogramma’s en projecten. Er is veel te weinig geld beschikbaar, niet
alleen voor ontwikkelingssamenwerking in het algemeen, maar ook specifiek voor
water, zegt Van Ardenne. Nederland heeft sinds Wereld Water Forum 2 extra geld
hiervoor uitgetrokken, maar er zal mondiaal veel meer prioriteit gegeven moeten
worden aan deze problemen. En de noodzakelijke middelen zullen niet alleen van
overheden moeten komen, maar ook van private partijen en van de gebruikers
zelf. Het geld dat zij betalen voor het gebruik van water moet weer ingezet
worden bij zaken als kwaliteitsbeheer en onderhoud. Van Ardenne is benaderd
door het Global Water Partnership om het voortouw te nemen bij het mobiliseren
van donoren en internationale organisaties om beschikbare financiële middelen
op een zodanige manier in te zetten dat private partijen meer in de sector
investeren.
Geld
is onmisbaar, maar duurzaamheid is minstens even belangrijk. Participatie van
de lokale bevolking is daarom een absolute voorwaarde, vindt de
staatssecretaris. ‘Als je mensen inschakelt bij het oplossen van hun eigen
problemen leidt dat tot duurzame oplossingen. Het wezen van de partnerships is
dat niet wij, maar de mensen daar zeggen wat er moet gebeuren. Ook private
partijen zijn geïnteresseerd. Het Nederlandse Water Partnership omvat
waterleidingbedrijven, waterschappen, consultants, kennisinstituten, de
ministeries van Verkeer en Waterstaat en Buitenlandse Zaken, bij elkaar
zo’n vijftig tot zestig deelnemers. We
hebben een lijst van mogelijke samenwerkingsprogramma’s opgesteld, samen met
zuidelijke landen, en daarvan zullen we er enkele presenteren in Kyoto.’
Als
voorbeeld noemt Van Ardenne de aanleg van een waterleidingssysteem op Ambon.
‘Kernpunt is’, benadrukt zij, dat er een democratische en sociale structuur
komt, waardoor de Ambonezen zeggenschap hebben over waar het water moet komen,
wie ervan gebruik mag maken, wat het gaat kosten, wat de kwaliteit moet zijn en
wat er gebeurt met het geld dat de gebruiker betaalt. Dat leidt tot een soort
watercomité’s, te vergelijken met de waterschappen in Nederland. Ook in
zuidelijke landen is er gedecentraliseerd, dus de lokale overheid is
verantwoordelijk. Maar men heeft doorgaans niet de capaciteit om die
verantwoordelijkheid waar te maken. Watercomité’s kunnen een oplossing bieden.
En niet de private partij die langs komt en zegt: laat mij maar even. Want dat
pakt vaak helemaal verkeerd uit en is niet duurzaam.’
Deelname
van vrouwen
Een
belangrijk punt in het beleid is de participatie van vrouwen. Van Ardenne heeft de vrouwenorganisaties
opgeroepen hun netwerken te verbreden om te zorgen dat vrouwen in zuidelijke
landen actief gaan deelnemen aan de democratisering van het beheer en het
gebruik van water. De overheid steunt de NVR bij het sluiten van gender
alliances, onder de titel Vrouwen voor Water. De staatssecretaris: ‘Ik hoop dat
de NVR in Kyoto met voorstellen komt om in die nieuwe structuren vrouwen een
actieve rol te gaan toekennen. Dat is een opdracht. We hebben opnieuw een
vrouwenvertegenwoordiger in de regeringsdelegatie benoemd, daar hebben we geen moment
over geaarzeld. Ook in Johannesburg heeft dat uitstekend gewerkt, voor het
uitwisselen van informatie, het lobbyen en dergelijke. Dat heeft tot succes
geleid en we zullen dat in Kyoto op dezelfde manier gaan doen om bepaalde zaken
binnen te slepen, zoals de vertegenwoordiging van vrouwen in watercomité’s en
de positie van vrouwen in waterprogramma’s. Daarover moeten duidelijke teksten
in de eindverklaring komen. Kyoto is geen vrijblijvende conferentie.’
In
Nederland is overigens ook nog wel het een en ander te bereiken, betoogt Van
Ardenne vol vuur. ‘Er zijn nog te weinig vrouwen actief in waterschapsbesturen!
Wereldwijd is nog lang niet doorgedrongen hoe belangrijk het is om vrouwen te
betrekken in veranderingsprocessen. Daar zijn vrouwen meer geschikt voor dan
mannen, omdat ze samenhang zien en allerlei dingen tegelijk kunnen doen. Mannen
kunnen dat niet, die kunnen alleen maar dingen na elkaar doen. Daarom moeten
mannen en vrouwen gezamenlijk en gelijkwaardig invulling geven aan integraal
waterbeheer. Er zitten te weinig vrouwen op plekken waar je ze het hardste
nodig hebt en daarom duurt het allemaal zo lang voor er iets verandert.’